Hollandaca

'Etüt Merkezi' forumunda YAREN tarafından 17 Mart 2009 tarihinde açılan konu


  1. Hollandaca: SAYILAR
    • Sıfır - nul
    • bir - een
    • iki - twee
    • üç - drie
    • dört - vier
    • bes - vijf
    • altı - zes
    • yedi - zeven
    • sekiz - acht
    • dokuz - negen
    • on - tien
    • on bir - elf
    • on iki - twaalf
    • on üç - dertien
    • on dört - veertien
    • on bes - vijftien
    • on altı - zestien
    • on yedi - zeventien
    • on sekiz - achttien
    • on dokuz - negentien
    • yirmi - twintig
    • yirmi bir - eenentwintig
    • otuz - dertig
    • kırk - veertig
    • elli - vijftig
    • altmış - zestig
    • yetmis - zeventig
    • seksen - tachtig
    • doksan - negentig
    • yüz - honderd
    • bin - duizend
    • bir milyon - miljoen


    Hollandaca: YÖNLER
    • Sol - Links
    • Sag - Rechts
    • Düz - Rechtdoor
    • Asagı - Omlaag
    • Yukarı - Omhoog
    • Uzak - Ver weg
    • Uzun - Lang
    • Yakın - Dichtbij
    • Kısa - Kort
    • Harita - Kaart
    • Turizm Danısma Bürosu - Toeristen Informatie, VVV


    Hollandaca: ALIS - VERISTE
    • Kapalı - Gesloten
    • Açık - Open
    • Posta Kartı - Briefkaart
    • Pul - Stamps
    • Bir az - Weinig
    • Kahvaltı - Ontbijt
    • Ögle yemegi - Lunch
    • Aksam yemegi - Diner
    • Vejeteryen - Vegetarisch
    • Ekmek - Brood
    • İçecek - Drank
    • Kahve - Koffie
    • Çay - Thee
    • Meyve suyu - Sap
    • Bira - Bier
    • Su - Water
    • Sarap - Wijn
    • Tuz - Zout
    • Biber - Peper
    • Et - Vlees
    • Dana eti - Rundvlees
    • Domuz eti - Varkensvlees
    • Balık - Vis
    • Kümes hayvanı - Gevogelte
    • Sebze - Groente
    • Meyve - Fruit
    • Patates - Aardappel
    • Salata - Salade
    • Tatlı - Nagerecht
    • Dondurma - IJs



    Edatlar:
    aan, achter, af, behalve, beneden, bij, binnen, boven, buiten, door, in, langs, met, na, naar, naast, om, onder, op, over, per, sinds, te, tegen, tot, tussen, uit, van, via, volgens, voor, zonder

    Edatla bir yeri (mekanı) gösterebilir, anlatabilirsin.

    • Hij staat voor het huis.
    • Hij is in het huis.
    • HIj zit achter het huis.


    Edatla bir zamanı anlatabilirsin.

    • Ik ben hier sinds vorige week.
    • Ik blijf hier tot morgen.
    • Ik begin per vandaag.


    Edatla bir iliskiyi (baglantıyı) anlatabilirsin.

    • Ik ga met mijn buurvrouw naar de markt.
    • Deze auto is van mij.
    • Ik ga liever zonder haar

    Ilgi Zamiri
    Ilgi zamirleri iki cümleyi birlestirir ve önceki AdLandırılmış kelimeyi Isaret eder.

    Die de tanımlıgıyla baslayan isme isaret ediyor.

    • De trein die net vertrokken is, gaat naar Amsterdam.

    Dat het tanımlıgıyla baslayan isme isaret ediyor.

    • Het boek dat daar ligt, heb ik uitgelezen.

    Wat kelimesini Asagıdaki kelimelerden sonra kullanıyorsun.

    • alles wat, iets wat, weinig wat, niets wat, veel wat

    Wat kelimesiyle tüm cümleyi kasdedebilirsin.

    • Hij heeft mij niet gebeld, wat ik helemaal niet leuk vind.

    Ve wat kelimesiyle digerlerine üstün gelen anlamında kullanabilirsin.

    • Dit is het leukste wat ik gezien heb.

    Waar kelimesiyle bir Seye isaret eder, bunu baglaçla birlikte kullanırsın.

    • De kast waar ik mijn boek in leg is bijna vol.

    Wie bir kiSiye hitap ediyor, bunu baglaçla birlikte kullanırsın.

    • De man met wie ik praat is mijn buurman..

    Baglaç
    Baglaçlar cümleleri birbirine bagLar.

    • dus Het is droog dus we kunnen gaan. Sonuç
    • en Hij leest een boek en zijn broer kijkt televisie. Nötral
    • maar Logeren vind ik leuk maar niet bij mijn tante. Zıtlık
    • of Wil je koffie of thee? Tercih (Seçim)
    • want Ik drink koffie want dat lust ik graag. Sebep
    • als Je mag naar huis als je klaar bent. Sart
    • dat Hij zegt dat ze naar Canada gaan. Nötral
    • doordat Ik kwam te laat doordat de brug open stond. Sebep
    • hoewel Ze gaat naar het feest hoewel ze niet uitgenodigd is. Zıtlık
    • mits We gaan naar het strand mits het niet regent. þart
    • nadat Ik doe het licht uit nadat ik de deur op slot heb gedaan. Ondan sonra
    • ofschoon Hij treedt op ofschoon hij geen talent heeft. Zıtlık
    • omdat Ik ga naar de film omdat ik daar zin in heb. Sebep
    • ondanks Ondanks haar slechte resultaten, blijft ze optimistisch. Zıtlık
    • opdat Kom op tijd opdat we vroeg kunnen vertrekken. Amaç
    • sinds Sinds haar huwelijk voelt ze zich gelukkig. Simdiden itibaren
    • tenzij We gaan naar het bos tenzij het regent. Sayet, dıkça / dikçe
    • terwijl Ik schil de aardappels terwijl zij de groente schoonmaakt. aynı
    zamanda
    • toen Hij stond achter het doel toen het doelpunt gemaakt werd. O anda
    • voordat Voordat ik naar bed ga, poets ik mijn tanden. Bunun için, bundan
    önce
    • wanneer Ik bepaal zelf wel wanneer ik naar bed ga. o zaman
    • zodat Het heeft hard geregend zodat er overal plassen liggen. Takiben
    • zodra Hij komt zodra hij klaar is. Aynı anda


    Cümlelerin Sıralamasnı BagLantı kelimesine bagLıdır. Bazen cümlelerin Sıralamasını degiStirebiLirsin.

    • Hij leest een boek en zijn broer kijkt televisie.
    • Zijn broer kijkt televisie en hij leest een boek.

    Bazen cümlelerin Sıralamasını Degistirebilirsin, fakat özne ve yüklemin yeri degisir, temel cümle ikinci cümle olarak kullanılırsa.

    • Ze gaat naar het feest hoewel ze niet uitgenodigd is.
    • Hoewel ze niet uitgenodigd is, gaat ze naar het feest.

    Bazen cümle Sıralamasını Degistiremezsin.

    • Hij werkt in de tuin, want het is lente.

    Yan cümlede fiil cümlenin sonuna gelir. Sayet bir yardımcı fiil cümlede var ise, bunu belirsiz geçmis zaman ya da mastarın önüne koyarsın.

    • Hij zegt dat hij zijn buurman goed kent.
    • Hij zegt dat hij zijn buurman goed heeft gekend.
    • Hij zegt dat hij goed kan voetballen.


    Yardımcı fiiller hebben, zijn ve worden bunları belirsiz geçmis zaman yaparken cümlenin sonunda da kullanabilirsin.

    • Hij zegt dat hij zijn buurman goed gekend heeft

    Mastar fiil
    Mastar (tam olarak kullanılan fiil) bir fiildir, aynı sözlükte buLduGun fiiller gibi, Bununla henüz hiçbir Sey YapıLmamıstır.

    • Hij wil morgen al gaan.
    • Hij kan goed voetballen.
    • Mijn broer moet morgen optreden.

    Bir mastar fiilini isim SekLinde de kullanabilirsin. Burada het tanımLıgı fiilden önce gelir ya da bunu fiilin önünde duruyormus gibi düşünebilirsin.

    • Het huilen stond hem nader dan het lachen.
    • Vissen is zijn lust en zijn leven.
    • Het verbranden van afval is hier niet toegestaan

    Özne (konu)
    Burada iki yolla özneyi bulabilirsin.

    Eger wie ya da wat soru eklerini çekimli eyleme sorarsan, sorunun cevabını özne verir.

    • Piet eet een appel. Wie eet een appel? - > Piet
    • De auto rijdt te snel. Wat rijdt te snel? - > de auto

    Eger çekimli eylem tekilden çogula çevrilirse, öznenin yapısı da degiSir.

    • Piet eet een appel.
    • Jan en Piet eten een appel




    Iyelik Sıfatları
    Iyelik Sıfatları baska bir ismin temel özelliklerini ve niteliklerini verir.

    • De hoge toren is een vertrouwd baken.
    • Het verbrande huis bood een trieste aanblik.

    Iyelik Sıfatları belirsiz geçmis zaman kiplerinden türemis olabilir, o zaman belirsiz geçmis zaman kipinde kullanılan kelimenin arkasına e gelir.

    • Het huis is afgebrand. Het afgebrande huis
    • Het boek is besteld. Het bestelde boek
    • De koper is opgelicht. De opgelichte koper
    • Het gras is gemaaid. Het gemaaide gras
    • De schade is vergoed. De vergoede schade
    • De tuin is besproeid. De besproeide tuin

    Belirsiz Geçmis Zaman
    Belirsiz Geçmis zamanı, Geçmis zaman kipi ve yardımcı fiiller hebben, zijn ya da worden ile yaparsın. Yardımcı fiil bir çekimli filldir.

    Belirsiz geçmis zamanın son harfini belirlemek için 'T Kofschip kuralını uygulamak gerekir.

    Belirsiz geçmis zamandaki son harfi belirlemede bir baska yol ise aynı fiille belirsiz geçmis zaman yapmaktır.

    • ik heb gewerkt werkte
    • ik heb gelegd legde
    • ik heb gewacht wachtte
    • hij heeft gerepareerd repareerde

    Geçmis Zaman:

    Werken, Wachten, Wandelen, Landen
    Ik Werkte, Ik Wachtte, Ik WandeLde Ik Landde.
    Jij Werkte, Jij Wachtte, Jij WandeLde, Jij Landde
    Hij,Zij Werkte Hij,Zij Wachtte Hij,Zij WandeLde Hij,Zij Landde
    Het Werkte, Het Wachtte, Het WandeLde, Het Landde
    Wij Werkten, Wij Wachtten, Wij WandeLden, Wij Landden
    Jullie Werkten, Jullie Wachtten, Jullie WandeLden, Jullie Landden
    Zij Werkten, Zij Wachtten, Zij WandeLden, Zij Landden